Ouweneel
- "Geneest de zieken!"
Geelhoed | Geen
genezingen | Homoseksualiteit
| Van der Ven | Nijburg
| Verdeeldheid
Ellips
(B&W) - 6 december 2003
(Themanummer over Geneeskunde)
DE DIENST VAN GENEZING
Boekrecensie door Prof. dr. Mart
Jan Paul

De
laatste jaren staat 'de dienst van genezing' weer in de belangstelling.
Veel christenen hebben vragen over de gave van genezing, over
ziekenzalving en over gebedsgenezers in binnen en buitenland. Prof.dr.
W.J. Ouweneel heeft zich de afgelopen tijd intensief met deze
onderwerpen bezig gehouden en het resultaat is een boek dat de titel
Geneest de zieken! meekreeg.
Deze titel is een veelzeggende opdracht, waar weinig christenen raad mee
weten. Men gaat op bezoek en bidt voor zieken, maar is het niet Gods
vrijmacht om al of niet te genezen? Was de mogelijkheid en opdracht om
zieken te genezen niet beperkt tot de tijd van de apostelen? De auteur
onderzoekt die vragen en stelt dat de opdracht voor de christelijke
gemeente nog steeds geldt. Daarbij geeft hij eerlijk toe in het verleden
onjuiste denkbeelden gehad te hebben en herroept daarom diverse
gedeelten uit zijn boek Het domein van de slang dat 25 jaar geleden
verscheen.
Ouweneel stelt tal van eenzijdigheden en uitwassen aan de orde, zowel
bij charismatische en evangelische als bij reformatorische christenen.
Behalve allerlei theologische argumenten voert hij ook de praktijk aan.
De werfkracht van de gevestigde kerken tot de wereldzending is
tegenwoordig minimaal, terwijl de evangelicalen onder alle religieuze
stromingen ter wereld de snelste groei doormaken. Daarbij spelen, vooral
in de derde wereld, (genezings)wonderen en tekenen een wezenlijke rol.
Elke dag komen tienduizenden tot het christelijk geloof en daarvan
ervaart zo'n negentig procent de wonderen en tekenen van Mark. 16. Als
recensent heb ik deze uitspraak aan een hervormde zendingsman voorgelegd
en hij moest dit in grote lijnen toegeven. Zulke gegevens moeten ons tot
bezinning brengen. Zijn we niet veel meer beïnvloed door het westerse,
wetenschappelijke denken dat we vermoeden? Hoe kunnen we als christenen
nog werfkracht hebben in onze maatschappij als we zoveel van de bijbelse
toerusting achterwege laten?
De auteur behandelt wondergenezingen in de loop van de kerkgeschiedenis
en gebruikt daarvoor voornamelijk publicaties van enige tientallen jaren
geleden (Frost, Lovsky). Als aanvulling wil ik graag wijzen op het
proefschrift van R.J.S. Barrett Lennard, Christian Healing after the New
Testament: Some Approaches to Illness in the Second, Third and Fourth
Centuries (Lanham: University Press of America 1994). Het is niet mijn
bedoeling de reeds zeer uitgebreide literatuurlijst zomaar aan te
vullen, maar in de afgelopen jaren heb ik gemerkt dat er veel
beslissingen vallen in de weergave van de praktijk van de vroege kerk.
En helaas laten de meeste bijbelcommentaren en dogmatische handboeken
die gegevens weg. In de genoemde publicatie wordt (opnieuw) duidelijk
dat de genezingswonderen in de genoemde eeuwen volop aanwezig waren, en
niet alleen in 'zendingssituaties'. De wonderen van genezing en
bevrijding hadden ook alles te maken met Gods ontferming over zieke
mensen.
Ouweneel bespreekt veel bijbelgedeelten, o.a. de wondergaven (charismata)
en de gave van genezing. Ook ziekenzalving en bevrijding van occulte
belasting komen aan de orde. Uiteraard behandelt hij ook vragen naar de
oorsprong van ziekten. Komt ziekte van God of van de satan? Hangt ziekte
samen met zonde en ongeloof? Het antwoord op al die vragen is: meer dan
eens. Maar de auteur verwerpt al te gemakkelijke verbindingen, zoals
'Deze ziekte komt door je ongehoorzaamheid', 'je bent niet genezen omdat
je te weinig geloof hebt' of 'je moet leren berusten in wat je
overkomt'. Zorgvuldig stippelt hij een weg uit tussen allerlei
uitersten. Daarbij toont hij duidelijke voorkeur voor een
genezingsbediening in de plaatselijke gemeente. Zolang die niet
functioneert, kunnen landelijke campagnes aanvullende diensten bewijzen.
Ook de reikwijdte van de verzoening wordt besproken. De conclusie is,
dat wie tot Christus komt, vergeving van zonde ontvangt, maar niet
iedere (grote) gelovige ontvangt genezing. Niet alle resultaten van
Christus' werk worden immers nu al volledig zichtbaar. Ook de grootste
gelovige sterft ten slotte aan een falend lichaam. Omdat vanuit de
Bijbel niet aangetoond kan worden dat God blijvend een ziekte geeft om
gelovigen te beproeven, mag gestreden worden tegen ziekte. Maar de
raadsels van Gods wegen blijven in allerlei praktijksituaties. De auteur
kiest voor de opzet alle vragen zeer systematisch te onderzoeken en weer
te geven. Dat geeft aan dit boek meer het karakter van een dogmatische
verhandeling en naslagwerk dan een pastoraal geschrift.
De theoretische kant is sterker ontwikkeld dan de praktische en
pastorale kant, in overeenstemming met de ondertitel die spreekt over
'de bijbelse leer'. Allerlei gegevens over het verschil tussen ziekte en
lijden, en over 'de wil van God' komen aan de orde.
De auteur spreekt opvallend positief over Vragen rond de gebedgenezing,
een rapport van de Hervormde Raad voor Kerk en Ziekenzorg uit 1959. Dit
rapport, opgesteld na een periode waarin Zaiss, Osborn en anderen actief
waren, verviel niet in reactie, maar heeft geprobeerd richting te
wijzen. Als recensent kan ik alleen maar zeggen dat het te betreuren
valt dat de Hervormde Kerk zelf niet meer met dit rapport gedaan heeft!
Bij hst. 9 rijst voor mij de vraag of de auteur niet te positief is ten
opzichte van diverse hedendaagse genezers. Hij reikt drie criteria aan
ter beoordeling: het leven en de leer van de genezingsbedienaar en de
vruchten bij de mensen die genezen zijn. Echter, in de beoordeling van
mensen uit het verleden worden méér criteria aangelegd: Augustinus
voldoet aan het genoemde, maar toch wijst Ouweneel terecht diens gebruik
van relikwieën af. Het lijkt me dat de methoden van genezingsbedienaars
ook beoordeeld mogen worden. Ook geestelijke mensen kunnen 'vleselijk'
handelen! Juist allerlei ontsporingen hebben de dienst der genezing veel
schade toegebracht en het is te hopen dat dit niet opnieuw gebeurt. Over
diverse van de genoemde 'genezers' vallen negatieve opmerkingen te maken
ten aanzien van leer en leven. De terughoudendheid in beoordeling door
dr. Ouweneel valt te begrijpen, maar hoe kunnen de lezers van dit boek
enigszins tot een beoordeling komen? Verschillende van de genoemde
genezers hebben gedwaald in leer en leven. Onlangs las ik het boek Faith,
Health and Prosperity, een rapport van de Evangelische Alliantie in
Engeland, geredigeerd door Andrew Perriman (Carlisle: IVP 2003). Daarin
staat een zeer evenwichtige bespreking van de health and wealth
boodschap, waarbij vertegenwoordigers van die richting geconsulteerd
zijn en de beoordeling naast de positieve punten ook eerlijk allerlei
zwakke en onbijbelse aspecten aangeeft. In de literatuurlijst staat ook
het boek Gods Tegenwoordigheid geneest van L. Payne. Deze auteur werkt
met een soort visualisatie. Graag had ik daar meer over gelezen.
Hetzelfde geldt bij het advies van Victor Emenike: 'Blijf volharden in
gebed voor genezing: bedank Jezus dat je genezen bent' (p. 377).
Zowel bij het claimen van genezing als bij het danken voor een genezing
die nog niet aantoonbaar is, heb ik nogal wat vragen. Uiteraard is het
gemakkelijk nog meer aanvullende vragen te bedenken over de theorie en
over de praktijk, zoals over het omgaan met ouderdomsverschijnselen en
handicaps en over de pastorale begeleiding van zieken met wie gebeden
wordt. Maar niet alles behoeft in één publicatie te staan. Collega
Ouweneel heeft een waardevol boek geschreven, waarmee hij de bezinning
op een belangrijk en omstreden onderwerp duidelijk verder heeft gevoerd.
Zelf heb ik de afgelopen jaren gepubliceerd over ziekenzalving, en nog
niet eerder is een Nederlandse auteur hierop zo grondig ingegaan. Voor
de lezers is het waardevol om van verschillende kanten een onderwerp
belicht te krijgen, zeker als er discussies zijn in een gemeente over de
vraag wat men van de dienst van genezing in praktijk zal brengen!
De ontwikkelingen gaan snel: nog maar vier jaar geleden bracht dezelfde
uitgever het boek De belofte van genezing van Richard Mayhue op de
markt. Ouweneel heeft vrij veel aanmerkingen op de inhoud ervan.
Overigens gaat hij niet in op de bijdrage die Joni Eareckson Tada in
datzelfde boek schreef: als zwaar gehandicapte vrouw heeft ze leren
leven met haar handicap en weet ze dat God haar leven in zijn dienst
gebruikt. Juist de pastorale praktijk leert dat allerlei christenen na
een lange weg hun ziekte leren overgeven in Gods hand. Dit is heel iets
anders dan een heidense of fatalistische berusting! Hoewel meestal
'lijden' in het Nieuwe Testament lijden om Christus' wil is, horen
sommige vormen van lijden bij de gebrokenheid van deze wereld. De
wetenschap dat God dit laat meewerken ten goede voor zijn kinderen (Rom.
8), kan veel krampachtigheid ten aanzien van de genezingsbediening
wegnemen. In deze bedeling wordt nog niet het volledige heil ten aanzien
van het lichaam gerealiseerd. Dit eschatologische voorbehoud klinkt meer
dan eens in het boek, maar zou in de laatste paragraaf duidelijker
gepresenteerd mogen zijn, om misverstanden te voorkomen.
Het boek Geneest de zieken! legt verantwoording af van de weg die de
auteur zelf gegaan is. Ook met hem is gebeden om genezing en zelf heeft
hij ook actief meegedaan met gebed voor zieken, o.a. aidspatiënten. Het
is een boek geworden dat niemand zonder zelfinkeer terzijde kan leggen.
Het wijst een richting voor de hedendaagse christenen van allerlei
richtingen om veel te verwachten van de levende God, die niet alleen 20
eeuwen terug, maar ook in deze tijd onderwijst en wonderen doet.
Prof. dr. Mart Jan Paul
Oogst - november 2003
Geneest
de zieken
Recensie door Pieter Siebesma
Het nieuwste boek van Willem J. Ouweneel
is in meer dan één opzicht opmerkelijk. Hij bespreekt een
controversieel onderwerp: ziekte en genezing in de Bijbel en de
relevantie daarvan voor vandaag.
In meer dan 400 pagina's behandelt hij (nagenoeg) alle facetten van dit
complexe onderwerp. Naast de bijbelse gegevens gaat hij in op de
wondergenezingen in de kerkgeschiedenis, op de vragen waarom gelovigen
wel of niet genezen worden, op de verhouding tussen ziekte en zonde en
tussen ziekte en demonie, op ziekenzalving en op de wondergenezingen,
zoals we die tegenkomen tijdens de campagnes van charismatische
evangelisten.
Opmerkelijk
Opmerkelijk is echter vooral de positie die de auteur m.b.t. dit
onderwerp inneemt. Hij neemt in dit boek openlijk afstand van het
zogenaamde cessationisme (dat is de opvatting dat de bijzondere gaven
van de Heilige Geest na de eerste eeuw zijn verdwenen), zoals hij die in
oudere publicaties nog verdedigde. De titel van dit boek ‘Geneest de
zieken’ (een citaat uit Matth.10:8) is een opdracht aan de gelovigen
van alle tijden. De genadegaven (uit 1 Cor. 12), waarvan de gave van
genezingen er een is, worden ook nu nog aan gelovigen gegeven. Maar de
auteur vervalt niet in het andere uiterste, dat iedere ziekte genezen
kan worden, en als dat niet gebeurt, dit aan het ongeloof (van de zieke
of van degene die bidt) te wijten is.
Moedig
Daarom vind ik het moedig en positief van Willem Ouweneel, dat hij zo
openlijk afstand neemt van zijn vroegere opvattingen in dezen. Niet
iedereen zal hem dit in dank afnemen. Zelf heb ik zijn boek met genoegen
gelezen. Hierbij viel het me op, dat hij zich (vanuit zijn achtergrond
begrijpelijk) vooral richt tot diegenen, die moeite hebben met
hedendaagse gebedsgenezing. Vandaar dat hij niet alleen uitvoerig op de
vraag ingaat voor welke tijd de wondergaven waren, maar ook op
bijvoorbeeld Zondag 10 (antwoord 27) van de Heidelbergse Catechismus,
waarin wordt gesteld dat ons ziekte en gezondheid uit Gods hand
toekomen. Deze passage (stammend uit een tijd waarin veel kindersterfte
en oorlogen voorkwamen) kan inderdaad leiden tot een passief fatalisme
en lijdzaamheid, maar dient m.i. wel uitgelegd te worden in het kader
van de troost van Zondag 1.
Onderscheid
Zonder af te willen doen aan de waardering die ik heb voor dit boek, heb
ik toch ook enkele punten van kritiek.
Ten eerste vraag ik me af of niet een duidelijk(er) onderscheid gemaakt
moet worden tussen enerzijds evangelisatiecampagnes en anderzijds
genezing zoals dat binnen een plaatselijke gemeente dient plaats te
vinden. Grote campagnes zijn primair bedoeld voor ongelovigen om hen tot
Christus te brengen en niet primair voor de zieken in de gemeente.
Genezing is immers geen doel op zich, maar dient hier als ondersteuning
en teken van de boodschap, dat Jezus alle macht in hemel en op aarde
heeft. Maar binnen de gemeente dient de voorbede en zorg voor elkaar (al
dan niet met ziekenzalving, Jak. 5) centraal te staan, hierin ligt in
principe een taak voor ieder gemeentelid.
Moeite
Ten tweede heb ik enige moeite met hoofdstuk 9.4 en 9.5, waarin de
auteur de fysieke verschijnselen behandelt, die genezers hebben, wanneer
ze voor genezing bidden, zoals ‘elektrische stroom’ of
‘magnetische kracht’, of met het zogenaamde ‘vallen in de
geest’. De voorbeelden, die hij hierbij aanhaalt, roepen vragen op.
Bij William Branham (p.322), in wiens bediening deze verschijnselen zeer
sterk aanwezig waren, mag je je terecht afvragen of deze verschijnselen
uit God waren. Branham was immers aanhanger van het unitarisme en hij
riep zichzelf uit tot een van de twee getuigen uit Openbaringen. Evenzo
heb ik ook moeite met evangelisten als Benny Hinn of Rodney
Howard-Browne die Ouweneel heel positief waardeert. Niet dat zij geen
christen zijn, maar het is mijns inziens zeker geoorloofd kritiek op hun
bediening te hebben.
Zwart-wit
Hierin ben ik heel wat kritischer dan de auteur, die stelt, dat we er
voor moeten waken dienaren van God te bekritiseren, omdat hun
genezingsbediening uitwendige kenmerken vertoont met bijvoorbeeld die
van occulte geneeswijzen (p. 329). Vanuit de kerkgeschiedenis (cf.
Jessie Penn-Lewis,War on the Saints) kunnen we leren dat werkingen van
de Heilige Geest en de demonische machten van het occultisme heel wel
kunnen samengaan en het daarom noodzakelijk is te blijven toetsen. Op
één punt is het denken van br. Ouweneel onveranderd is gebleven: hij
hanteert nog steeds heel sterk een zwart-wit schema, waarbij iets
honderd procent goed of honderd procent fout moet zijn. Hij schiet
daardoor nu te ver door naar de andere kant in een te weinig kritische
opstelling t.a.v. allerlei uitingen.
Pieter Siebesma

Controleer... of deze dingen
zo zijn:
- Klik hier
en luister
naar de toespraken van Prof. Dr. W.J. Ouweneel
Meer recensies...
Home
| Granel.org | Hinn | Geelhoed
| Ouweneel | Van der Ven |
T.B.Joshua
|